Artist Feature: Matea Bakula

Matea Bakula maakt sculpturen die balanceren tussen orde en verval. Met alledaagse, vaak gerecyclede materialen laat ze vormen ontstaan die de vergankelijkheid en eigen wil van het materiaal omarmen. Haar werk is een subtiel spel tussen controle en overgave, waarin het materiaal zelf een hoofdrol speelt in een voortdurend wordingsproces.
We spraken Matea over de toekomst van haar kunstenaarspraktijk, en de rol die het ArtHelpdesk-programma hierin speelt.

Matea Bakula kijkt naar haar kunstwerk.

Hoe heeft je kunstenaarspraktijk zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

De afgelopen jaren is mijn praktijk verschoven van experimenten met specifieke materialen naar een proces waarin het materiaal zelf als co-maker optreedt. Ik werk steeds meer op grotere schaal en in samenwerking met bedrijven en vakmensen, waardoor technische en esthetische uitdagingen samenkomen. Tegelijkertijd ben ik me sterker gaan richten op de context waarin mijn werk verschijnt. Mijn praktijk heeft zich ontwikkeld van een meer introspectieve materialiteit naar een bredere dialoog met thema’s als cycli, vergankelijkheid en de wisselwerking tussen mens en omgeving. Dat maakt mijn werk opener en gelaagder, en nodigt het publiek uit om zich tot die processen te verhouden.

Is er een specifieke vaardigheid of kennis die je wil opdoen via de ArtHelpdesk begeleiding?

Ja, ik wil mijn zakelijke vaardigheden versterken. Ik wil leren hoe ik meer omzet en winst kan genereren uit mijn kunstpraktijk, zonder in te leveren op de authenticiteit en de artistieke kern van mijn werk. Voor mij staat de kunst altijd voorop, maar ik zoek naar manieren om mijn praktijk financieel duurzamer en professioneler te maken, zodat er ruimte ontstaat voor verdere artistieke ontwikkeling.

Waar denk je dat nu de grootste uitdagingen liggen voor kunstenaars?

De grootste uitdaging ligt momenteel bij de financiën. De kosten voor materialen, ruimte en productie blijven stijgen, terwijl er tegelijkertijd steeds meer bezuinigd wordt in de culturele sector. Dit zet kunstenaarspraktijken onder druk en maakt het moeilijk om duurzaam te werken en te groeien. Daarnaast vraagt het van kunstenaars om niet alleen maker te zijn, maar ook ondernemer, terwijl daar vaak onvoldoende ondersteuning of erkenning voor is.

Wat zou jij adviseren aan Nederlandse kunstopleidingen om kunstenaars beter voor te bereiden op de dagelijkse praktijk?

Ik zou kunstopleidingen adviseren om meer aandacht te besteden aan de zakelijke en praktische kant van het kunstenaarschap. Studenten leren vaak uitstekend denken en maken, maar minder hoe ze hun praktijk duurzaam kunnen organiseren: hoe financiering werkt, hoe je samenwerkt met partners, en hoe je je werk in verschillende contexten kunt positioneren. Daarnaast zou het waardevol zijn om studenten meer te laten oefenen met het verbinden van hun artistieke proces aan de realiteit buiten de academie, bijvoorbeeld door samenwerkingen met instellingen, bedrijven of gemeenschappen. Zo wordt de overgang van studie naar praktijk minder abrupt en krijgen kunstenaars betere handvatten om hun werk een toekomst te geven.

Waar kijk je de komende tijd het meest naar uit in je kunstenaarspraktijk?

Ik kijk ernaar uit om mijn materiaalonderzoek verder te verdiepen en nieuwe samenwerkingen aan te gaan die mijn praktijk technisch en inhoudelijk verrijken. Vooral de mogelijkheid om grotere en duurzamere installaties te realiseren spreekt me aan. Daarnaast zie ik uit naar meer momenten van uitwisseling met publiek en collega-kunstenaars, omdat die gesprekken mijn werk voeden en nieuwe richtingen openen.